
Ik herinner me nog goed...
dat ik op het voortgezet onderwijs uit de les Frans kwam. Voor het klaslokaal stond een groep leerlingen die amicaal met elkaar omgingen, maar tegelijkertijd onvriendelijke opmerkingen maakten. We zaten op dezelfde school, maar verder kende ik hen niet.
Een paar van hen liepen achter me aan en bleven nare dingen roepen. Ik sloeg een hoek om en plotseling werd ik geduwd. "Wat een stelletje gekken," dacht ik terwijl ik achterom keek, maar ik liep snel door. Ik had een kwartier pauze voordat de volgende les zou beginnen.
Ik liep de trap af naar beneden…en werd wakker onderaan de trap.
Mijn hoofd bonsde van de pijn en ik had moeite met bewegen. Langzaam besefte ik: ik was van de trap geduwd. Hoe lang ik daar precies had gelegen, weet ik niet meer.
Met moeite deed ik mijn zware rugzak vol boeken van mijn rug af en zocht naar mijn kapotte bril. Toen ik opstond, liep ik direct naar mijn kluisje. Ik borg mijn tas op, pakte mijn busabonnement en sleutels, en verliet zonder een woord te zeggen de school. Met flinke blauwe plekken en kneuzingen als stille getuigen van wat er zojuist was gebeurd.
Thuis aangekomen bleek dat de conciërge mijn ouders had gebeld. Hij had gemeld dat ik aan het spijbelen was, iets wat ik nog nooit eerder had gedaan. Mijn ouders wisten meteen dat er iets mis was. De school heeft het pesten nooit effectief aangepakt; ze gingen niet in gesprek met de ouders van de betrokken leerlingen en grepen niet in. Daarom besloten mijn ouders mij over te schrijven naar een andere school, waar pesten absoluut niet werd getolereerd en streng werd aangepakt.
Jaren later…
Mijn nichtje die ver weg woont was op bezoek en stelde voor om op klaarlichte dag ergens wat te gaan drinken. We kozen een plek waar ik de eigenaar goed ken. Terwijl ik genoot van de muziek die werd gedraaid, kwam hij naar me toe met een drankje. "Dit is van die man daar," zei hij. Goed bedoeld, maar ik accepteer liever geen drankjes van vreemden.
Nieuwsgierig keek ik op om te zien wie mij dit drankje had aangeboden en de grond leek onder mijn voeten weg te zakken. Daar stond hij. De jongen, nu een man, die mij destijds van de trap had geduwd. Ik herkende hem meteen.
Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik wist niet wat ik moest doen. Er was weinig tijd om na te denken, want hij liep al mijn kant op. Voor ik het wist, zat hij naast me en groette me. Hij vroeg of alles goed met mij ging en wilde weten hoe ik heet.
Hij herkende me niet. Natuurlijk niet. Ik zag er heel anders uit dan toen.
Ik excuseerde me en liep naar het toilet. Ik nam een moment om tot mijzelf te komen. In de spiegel keek ik mezelf aan, haalde diep adem en fluisterde: "Lieve Vader God, sta mij bij. Ik ga de confrontatie aan."
Toen ik terugkwam, zat hij er nog. Ik nam plaats, maar voelde plots zijn hand op mijn onderrug. Ik deinsde achteruit en zei: "Ik herken jou. Jij mij ook?"
Verbaasd keek hij me aan. "Niet dat ik weet… Waar ken je mij van?" Ik noemde de naam van de school en zei: "Ik ben degene die onderaan de trap lag." Hij keek me aan alsof hij water zag branden en viel stil. "Sorry… ik wist niet dat jij dat bent," zei hij. Ik haalde mijn schouders op en zei: "Nou, dan weet je dat nu."
Ik verzamelde al mijn moed en stelde hem de vraag die al die jaren onbeantwoord was gebleven: "Klopt het dat jij mij van de trap hebt geduwd?"
Zijn antwoord kwam zonder aarzeling. "Ja, dat klopt."
Ik zei: "Oke. Bedankt voor je eerlijke antwoord."
Ik wist het antwoord al, maar wilde het van hem horen.
We raakten in gesprek. Ik vroeg hem waarom hij dat gedaan had? Hij vertelde zijn verhaal. Ik vertelde het mijne. Ik heb hem kunnen vertellen wat het met mij heeft gedaan.
Het was confronterend voor ons beiden, maar daar zaten we, twee mensen die ervoor kozen om te praten over wat er was gebeurd.
Tijdens het gesprek besefte ik hoe anders het had kunnen aflopen. Misschien had ik het niet eens kunnen navertellen. Maar ik was hier. Geconfronteerd met het verleden. Geleid door mijn geloof. En bovenal: trouw aan mezelf.
Toen we opstonden, pakte hij mijn hand vast en bood oprechte excuses aan. Daarna liep hij weg. Ik heb hem nooit meer gezien.
Soms worden we jaren later geconfronteerd met gebeurtenissen uit het verleden. Die momenten geven ons de kans om met andere ogen naar het verhaal te kijken, om de laatste puzzelstukjes te vinden en het een plek te geven.
Op zulke momenten sta je voor een keuze: blijf je vastzitten in de pijn en handel je vanuit wrok, of kies je ervoor erboven te staan en deze gelegenheid te gebruiken om te helen?
Ik ben iemand die zichzelf liever uit een overweldigende situatie haalt dan de confrontatie aangaat. Maar dit keer deed ik het anders.
Weet je waarom? Uit liefde voor mezelf. Om de cirkel rond te maken.
Doordat we erover hebben kunnen praten, voelt het als een bevrijding. Niet alleen voor mij, maar misschien ook voor hem.
Soms is vergeving niet hetzelfde als vergeten, maar het geeft je wel de kracht om verder te gaan.
© Blog a la Syr
Reactie plaatsen
Reacties
Wat heb je geleden door het pesten maar wat goed van jou dat je de confrontatie bent aangegaan. Het zal niet makkelijk zijn geweest voor jou. Je bent een doorzetter, een krachtig en powervrouw. Trots op jou Syr✨️🌸